Cognitieve Gedragstherapie voor:
• zwak zelfbeeld en negativisme
• angst, depressie en fobieën
• relatie- en werkproblemen
• persoonlijkheidsproblemen
• dwang en eetstoornissen
• stress, burnout en CVS
Informatiesite over Narcisme

CCGT

Capita selecta - maart 2010

Narcisme en de Narcistische Persoonlijkheidsstoornis (NPS)

door Piet van der Ploeg - CCGT Zoetermeer

Narcistische persoonlijkheid

Inleiding
Oorspronkelijk wijst het concept narcisme naar verschillende begrippen zoals een ontwikkelingsfase, de wijze waarop iemand met anderen omgaat, seksuele perversie, persoonlijkheidstype. Narcisme wordt tegenwoordig voornamelijk gebruikt in relatie tot het gevoel van eigenwaarde.

De narcistische persoonlijkheidsstoornis komt naar schatting bij 0,7 tot 1% van de bevolking voor.
Vaker bij mannen dan bij vrouwen. In de psychia-
trie ligt het percentage patiënten met NPS op 2 tot 16 procent. Mensen met een narcistische stoornis hebben vaak meer moeite met ouder worden en hebben frequenter een midlife crisis. Essentieel is dat zij hun zwak zelfbeeld compenseren door spiegeling (imaging) door anderen in hun omgeving of in hun fantasie.

Mensen met een narcistische persoonlijkheid zijn constant op zoek naar bevestiging van buitenaf. Alles draait rond de manier waarop men hen waarneemt, niet rond wie ze voor zichzelf zijn. Ze vergelijken zichzelf constant met anderen. Wat is de beste school? Wat is de beste dokter? Narcisten zijn gepreoccupeerd met aanzien, macht en succes.

Een narcistisch persoon heeft een goede intuïtie. Meer dan anderen zijn ze gevoelig voor de niet-verbale emotionele boodschappen. Wel kunnen ze moeilijk liefhebben, maar ze kun-
nen wel nodig hebben. Hun energie gaat vooral naar het behouden van hun zelfvertrou-
wen, daardoor is er weinig ruimte voor anderen.

Een narcistische persoon kampt met een chronisch gevoel tekort te schieten. Het niet voldoen aan verwachtingen wordt gevolgd door schaamtegevoelens en gevoelens van zwakheid en minderwaardigheid. In elke grandioze narcist, iemand die enorm over zichzelf kan opscheppen, schuilt eveneens een depressieve en zelfkritische narcist. De zelfingenomenheid en zelfwaarde zijn dus broos.

Psychodynamische verklaring

Narcistische personen zijn voor hun zelfwaarde sterk afhankelijk van de bevestiging door anderen. Ze ervaren een chronisch sluimerende angst minderwaardig te zijn, niet aan de verwachtingen te voldoen. Het gevoel dat hen iets ontbreekt en dat anderen dit ook kun-
nen zien, is hen niet vreemd. Er is een constant spanningsveld tussen hun ideaalbeeld (hoe ze willen zijn) en hun zelfbeeld (hoe ze denken te zijn). Ze idealiseren zichzelf wanneer ze bevestiging krijgen. Het ideaalbeeld dat ze van zichzelf hebben strookt in hun ogen dan met de realiteit. Ze kunnen een ander niet liefhebben zonder haar of hem te idealiseren.
Ze devalueren zichzelf of worden depressief wanneer ze gefaald hebben en/of kritiek krij-
gen. Hun ideaalbeeld strookt dan in hun ogen niet meer met de realiteit. Wanneer ze zichzelf idealiseren, kijken ze neer op anderen. Wanneer ze zichzelf devalueren, kijken ze juist op naar anderen.

Relatie met partner en anderen

Narcistische personen gebruiken andere personen of hun partner als een soort gebruiks-
voorwerp en missen oprechte empathie door hun grote gemis aan gevoelswarmte geba-
seerd op een lichamelijk ervaren zelfbeeld. Je zou kunnen zeggen dat ze de integratie missen van hun Ego en lichamelijk Zelf waardoor ze onvoldoende in contact staan met de oprechte gevoelens van een ander. Hoewel ze een goede eerste indruk kunnen maken, komen ze op degene die hen beter kent over als koel, afstandelijk en berekend. Uiteindelijk draait het uitsluitend om henzelf. Ze zijn ook niet geneigd om zichzelf of hun gedrag te zien als onder-
deel van problemen.

Mensen met een narcistisch probleem komen vaak charmant en interessant over. Vooral de eerste indruk is vaak erg goed. Ondanks de egoïstische kern, kan de extravagante of flamboyante verpakking van sommige narcisten op anderen een onweerstaanbare aan-
trekkingskracht uitoefenen. De presentatie kan zo overtuigend zijn, dat men zich laat inpakken. Voor hun zelfwaarde zijn ze sterk afhankelijk van bevestiging van die ander maar hun gevoelens laat hen koud.

Narcistische personen zijn heel goed in staat om gedurende beperkte tijd de aandacht heel intens op anderen te richten, vooral als zij vinden dat dat nodig is om bewonderd te blij-
ven. De partner wordt de ene keer dan ook als deurmat gebruikt, de andere keer op een voetstuk geplaatst. Na een tijd (soms naar jaren) begint hun berekend gedrag op te vallen en wordt het steeds meer duidelijk dat alles alleen om henzelf draait. Zij eisen steeds meer een voorkeursbehandeling en wanneer hier door hun partner niet aan voldaan wordt zijn zij beledigd en reageren met onredelijke woede. De schuld ligt altijd bij de ander. Ze halen daarvoor alles uit de kast zoals dominantie, manipulatie, dwang, chantage en stalking.

Bij een intieme relatie met een partner worden ze door het voorgaande vaak als onbe-
trouwbaar ervaren, omdat ze door splijting (Eng. splitting) plotseling een relatie kunnen afbreken, terwijl kort daarvoor de relatie nog werd geïdealiseerd. Vaak komen ze hier dan later op terug om vervolgens meerdere keren weer in hetzelfde gedrag te vervallen.

Personen met extreme vormen van narcisme zijn niet in staat om echte liefde te geven omdat voldoende eigenliefde ontbreekt, waardoor wederkerige uitwisseling van het Zelf niet mogelijk is. Uit de rapportage, zoals op internet, van mensen die relaties hebben gehad met partners met een narcistisch probleem, blijkt dat ze uiteindelijk moedeloos, uitgeput en verontwaardigd definitief afhaken maar vaak vele jaren bezig zijn met een emotioneel verwerkingsproces, omdat het om onbegrijpelijk niet beantwoorde liefde gaat.

Andere kenmerken

Narcistische personen voelen eerder weinig, maar zien emoties niet noodzakelijk als een teken van zwakte. Er is sprake van een zekere innerlijke leegte, vandaar dat ze zich zo richten naar de buitenwereld. Ze ontkennen vooral gevoelens van spijt en dankbaar-
heid, want deze betekenen voor hen dat ze tekort komen, dat ze niet volledig zijn. Schaamte en jaloezie zijn de emoties die het meest op de voorgrond treden.

Hulpverlening

Helaas zijn narcistische personen niet snel geneigd om in therapie te gaan. Belangrijk voor hen zijn strategieën zoals "zelfverheerlijking" en "afstandelijke zelfsusser" overont-
wikkeld, terwijl strategieën zoals "met anderen delen" of "groepsidentificatie" onderont-
wikkeld zijn gebleven. Wanneer een narcistisch persoon vernederd wordt, roept dat bij hem of haar een gevoel van woede en jaloezie op. Zij denken dat ze uniek en bijzonder zijn en dat ze recht hebben op een speciale behandeling. Hij of zij ziet anderen als afgunstig, mensen moeten hem of haar bewonderen. Zelf hoeft hij of zij zich niet aan de regels te houden. Anderen mogen ook geen kritiek hebben.

Deze gedachten en gevoelens leiden tot gedragingen zoals: devalueren (de ander afbreken), de competitie aangaan of rivaliseren en terugkwetsen wanneer men zich gekwetst voelt. Het gevolg van dit gedrag is dat men zijn of haar eigen superioriteit bevestigd ziet en dat men zich minder gekwetst voelt.

Toch zitten er veel nadelen aan dit gedrag van devalueren en rivaliseren. Men behoudt immers een kwetsbaar zelfgevoel, waardoor voortdurend meer compensatie nodig is. Ook de omgeving gaat meer en meer negatief reageren. Hij of zij is soms bang en soms woe-
dend, men voelt zich afgewezen, en de bewondering blijft alsmaar meer uit. Hierdoor neemt de woede toe en op de langere termijn ook de depressiviteit. Na het voortdurend uitblijven van bewondering kan een narcistische persoonlijkheid depressief worden, het is meestal pas dan dat men zich tot een hulpverlener wendt.

Samenvatting

In de dagelijkse praktijk ervaart men mensen met narcisme met o.a. de volgende eigenschappen:
1. Arrogant en egoïstisch naar anderen toe waarbij ze vaak gebruik maken van rationalisatie en intellectualisatie.
2. Verborgen minderwaardigheidsgevoelens (zwak zelfbeeld) en kunnen daardoor vaak weinig kritiek verdragen.
3. Zonder bijzondere aanleiding kan de persoon een onbeheersbare woedeaanval krijgen (gezien als narcisistisch krenking).
4. Snelle wisseling tussen idealiseren en devalueren van andere personen.
5. Ze zijn vaak bang voor saaiheid, eenzaamheid en een gevoel van leegte.
6. Vaak een tekort aan empathie en het is voor hen moeilijk om dankbaarheid of schaamte te tonen
7. Een verminderd vermogen in het tonen van oprechte emoties zowel verbaal als non-verbaal.
8. Vrouwen kunnen zeer charmant en verleidelijk overkomen en mannen vertonen vaak machogedrag.
9. Ze maken gebruik van manipulatief gedrag om hun doelen te bereiken.
10. De buitenwereld is van groot belang voor hun zelfbeeld en soms zijn ze zeer materialistisch en statusgevoelig.
11. Ze zijn vaak wilskrachtig met een sterke impulscontrole en bij hoge intelligentie kunnen ze zeer ambitieus zijn en hoge maatschappelijke posities bereiken.

Interpretaties uit de psychologie en psychiatrie

We geven hier enkele interpretaties over narcisme uit de psychiatrie en psychologie.

1. Otto Kernberg (1967) stelt dat narcistische personen vooral gekarakteriseerd worden door hun ongewone mate van zelfingenomenheid in hun contact met anderen, waarbij een grote behoefte bestaat aan aandacht, liefde en bewondering van die anderen.
Dit geliefd moeten worden staat volgens Kernberg direct in verband met het lage zelfbeeld dat deze mensen hebben. Als de omgeving niet ingaat op de liefde en aandachtswensen van de narcistische persoon, kan deze reageren met een narcistische krenking of woede (Eng. narcissistic rage).
Kernberg maakt een onderscheid tussen normaal narcisme en pathologisch narcisme.
a. Bij normaal narcisme hoort een realistisch zelfgevoel en het streven naar realistische doelstellingen en idealen.
b. Pathologisch narcisme hangt samen met niet-realistische verwachtingen van zichzelf en de omgeving, waarbij duidelijk problemen met de vroegere objectrelaties een rol hebben gespeeld. Deze pathologische vorm uit zich onder andere in afhankelijkheid en claim-
gedrag.

2. Sigmund Freud en later ook Magaret Mahler en Otto Kernberg zien narcisme als een overgangsfase in de ontwikkeling van de egocentrisch gerichte liefde naar liefde voor de ander. Kohut (1971) ziet echter twee gescheiden ontwikkelingen. Eén ontwikkeling in de klassieke lijn en een tweede die loopt van primair-archaïsch narcisme tot meer ontwik-
kelde vormen van narcisme. Anna Freud (1981) ziet een onderscheid tussen een narcis-
tische - en objectgerichte ontwikkeling met wederzijdse beïnvloeding van elkaar.

3. R.D. Stolorow (1975) geeft een functionele beschrijving van narcisme en stelt een psy-
chische activiteit als narcistisch zo lang het beschouwd kan worden als het handhaven van een geïntegreerde, stabiele en positief-emotioneel ingekleurde zelfpresentatie. Stolorow ziet het narcisme als het afschermen van het Zelf om het eigen, en zelfstandige Ego ook in de tijd zeker te stellen.

4. Alexander Lowen (1995) gaat er in de bio-energetica vanuit dat narcisme op jonge leeftijd ontstaat en dat het gaat om het ontkennen van het (lichamelijk) gevoel, waardoor het Zelf verloren gaat en compensatie van het Image (zoals de spiegeling van en door anderen) noodzakelijk maakt om een voldoende geïntegreerd Zelf in stand te houden. Volgens hem ontlenen de meeste mensen hun zelfbeeld en zelfgevoel aan lichamelijke gevoelens. Narcisten kennen dit niet of onvoldoende. Daarom ervaren zij het leven als leeg en zinloos, als een dor bestaan. Volgens hem bekommeren personen met narcistische problemen zich meer om hoe ze overkomen dan om wat ze oprecht voelen. Verder onderscheidt hij verschillende mate van narcisme lopend in ernst van het fallische narcisme tot het narcisme bij de paranoïde persoonlijkheid.

5. Zo ziet R. Tyson (1983) afgeleid uit de literatuur bij narcisme drie centrale kenmerken: (1) almacht en grootheid, (2) constantheid van het Zelf en (3) zelfgevoel.

DSM IV

In de klinische psychologie en psychiatrie gaat men op As-2 van DSM-IV uit van tien persoonlijkheidsstoornissen waaronder NPS. In de DSM IV wordt NPS gekenmerkt door een voortdurend aanwezig patroon van grandiositeit (in fantasie en gedrag), behoefte aan bewondering en gebrek aan empathie, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komen in diverse situaties zoals blijkt uit ten minste vijf van de volgende criteria:

1. een grandioos besef van eigen belangrijkheid (bij voorbeeld: overdrijft prestaties en talenten, verwacht als superieur te worden erkend zonder daarbij behorende prestaties);
2. gepreoccupeerd met fantasieën over onbeperkt succes, macht, genialiteit, schoonheid of ideale liefde;
3. gelooft dat hij of zij 'speciaal' en uniek is en kan alleen begrepen worden met andere speciale mensen of mensen (of instellingen) met een hoge status;
4. eist buitensporige bewondering;
5. een besef recht te hebben op bepaalde dingen c.q. irreële verwachtingen ten aanzien van speciale, gunstige behandeling of automatische inwilliging van zijn of haar verwachtingen;
6. interpersoonlijk uitbuiting, maakt bij voorbeeld gebruik (misbruik) van anderen om zijn of haar doelen te bereiken;
7. gebrek aan empathie: onwillig om andermans gevoelens en behoeften te herkennen of zich ermee te identificeren;
8. is vaak jaloers op anderen of gelooft dat anderen jaloers zijn op hem of haar;
9. arrogant, hooghartige gedragingen of attitudes. (J.J.L. Derksen, 1993)

Uit het voorgaande blijkt dat het begrip narcisme een niet eenvoudig te definiëren begrip is. De reden dat over narcisme zo veel gepubliceerd is (en nog steeds wordt), hangt waar-
schijnlijk samen met het feit dat de behandeling van cliënten met narcisme uitermate moeilijk en vermoeiend is en bij therapeuten tot extreme onlustgevoelens kan leiden door de plotselinge verstoringen in de therapierelatie door idealisatie, devaluatie en splijting van de cliënt. Otto Kernberg (1985) adviseert ervaren psychotherapeuten niet te veel cliënten met NPS tegelijkertijd in behandeling te nemen door mogelijk te ontstane stress. We gaan volgende maanden met Capita Selecta in op de therapeutische behandeling van de narcistische stoornis en NPS.

Links Persoonlijkheidsstoornissen


Literatuur bronnen